Ik wil me wakker concentreren

Art Installations

Ik wil me wakker concentreren.

Ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me wakker concentreren.

Project:

Ik wil me wakker concentreren.

Client:

Own project

Media:

Book shelves, books, projected text

Year:

2010

Boekenkast 01

Ik ga me wakker concentreren. Ik ga me zo hard wakker concentreren dat alles begint te bewegen en te wiebelen. Dat alles kraakt. Dat alles begint te draaien en te piepen. Dat alles draait en draait en draait. Maar eerst moet ik alles zorgvuldig overwegen, ondervragen, bedenken en bekennen. Hij liet mij bekennen. En ik bekende de hele nacht en de hele dag. Ik vertelde hem alles en hij luisterde, hoorde, maar hij begreep het niet. Niemand zou het begrijpen en in het vervolg zou ik het aan iedereen vertellen die het ook niet zou begrijpen. En iedereen zou luisteren en heel hard ja knikken en instemmend mompelen. Ze zouden weten waar ik het over had en ze zouden me dapper vinden, maar ze zouden het niet begrijpen. Ik was de tijd vergeten. Tik tak tik tak tik tak. Het was voorbij gegaan en ik had het niet in de gaten gehad. Ik keek naar hem en ik besefte me dat hij zijn aandacht al lang verloren had. Hij keek niet naar mij. Misschien was hij zelfs omgedraaid en weggelopen, maar dat weet ik niet zeker. Plotseling stond ik hier en voor mij uit, of liever gezegd, hier is het. Daar stond ik dan. Alleen. Maar waar was ik eigenlijk en was ik er eigenlijk wel? Ik zag en keek en ik rolde met mijn ogen. Ik wil me wanstaltelijk wakker concentreren. Er was nergens een onhandige vraag. Ik was specifiek op zoek naar een onhandige vraag, maar die viel in de verste omtrek niet te bespeuren. Ik ben ook moe, beetje laat, zolang. Ik slaap zowat, dus ik kan niet snel lopen. Dan loop ik maar langzaam verder, misschien dat ik hem nog in weet te halen. Hij wacht nooit op mij. Maar dat heb ik aan mezelf te danken. Niemand wacht op mij, omdat ik zo vaak stop. Ik stop. Stop. Stop. Stop. En dan loop ik ineens te haasten. Dan ren ik me te haasten, totdat ik weer stop. Stop. Stop. Stop. En daar sta je dan te staan, stil te staan, rennend, haastend en hijgend. Mijn hart gaat tekeer. Ik heb te snel gelopen. Maar waar ben ik eigenlijk? Ik sta nog op dezelfde plek. Alles is anders waar ik nu ben. Alles is hetzelfde. Niet te geloven. Ik weet niet wat ik zie. Waar ben ik eigenlijk? O, ik ben nog op dezelfde plek. Ik neem even een momentje voor mezelf. Alleen voor mij, op mezelf. Een klein momentje om alles te voelen. Ik wil niemand zien. Niemand ziet mij. Waarom ziet niemand mij? Iemand moet mij opzoeken. Ik zou zo graag alles willen bekennen. Ik zou willen zeggen dat ik er ben, maar ik weet niet zeker of dat waar is. Ik wil me wakker concentreren. Ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me voorgaan, maar niet voorbij lopen. Ik moet zeker niet aan mezelf voorbij lopen, aan de essentie voorbij lopen. Ik moet me voorgaan en zeker niet voorbij. Ik moet me heel hard concentreren, zo hard concentreren dat ik er wakker van schrik. Maar dan toch ben ik ineens heel kwetsbaar, dan heb ik me toch niet hard genoeg geconcentreerd. Ik ga op mijn iemand staan en de man vraagt: ‘Wat wilt u bekennen?’ ‘Alleen,’ zeg ik, ‘ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me wakker concentreren.